Röntgen’s revolutie voorbij
Het tweede probleem, wat voor tumor het is, is ingewikkelder. Sinds jaar en dag is de gouden standaard van de diagnose van een hersentumor een beoordeling op cellulair en nu zelfs ook op moleculair/genetisch niveau. Dit vereist zoals gezegd weefsel. Wat dat betreft bevinden we ons dus eigenlijk nog in de tijd van Rembrandt: we moeten nog steeds het lichaam openen om een diagnose te kunnen stellen.
Onze huidige methoden zijn natuurlijk wel wat minder barbaars, maar in essentie is de revolutie die Röntgen teweeg heeft gebracht op het niveau van anatomische inzichten blijven steken.
Een van de meest toonaangevende MRI onderzoekers van dit moment, Mark Griswold, stelt dit wat provocatief als volgt:
“Every biopsy is a failed imaging experiment.”
Ieder biopt – het verkrijgen van weefsel – is een falen van onze beeldvorming. Immers, als we al met beeldvorming de juiste diagnose kunnen stellen, dan is een biopt, puur en alleen ter verkrijging van weefsel voor diagnostiek, niet meer nodig. Dit is het doel van onder andere onze iGENE studie, gefinancierd door het Koningin Wilhelmina Fonds Kankerbestrijding. Hierin proberen we op basis van heel veel beeldkenmerken het genetische profiel van een hersentumor te voorspellen.
We zijn echter nog lang niet zover dat we als het ware ‘virtuele pathologie’ kunnen bedrijven met radiologische beeldvorming.
Maar hoe werken we hier dan wel naar toe?
Ik denk dat er in ieder geval drie dingen belangrijk zijn. Ten eerste: technologische innovatie in beeldvorming. Ten tweede: kwantificatie. En ten derde: data en data-analyse.