De menselijke factor
Dat gezegd hebbende denk ik dat we als radiologen wel een kans hebben om ons in de toekomst staande te houden. De reeds genoemde toenemende complexiteit van de geneeskunde betekent dat het nemen van behandelbeslissingen niet meer bij één persoon ligt. Meer en meer worden belangrijke beslissingen genomen in het zogenaamde multidisciplinair overleg: alle betrokkenen komen samen en in samenspraak wordt de diagnose gesteld en een plan getrokken.
Een belangrijke reden om dit zo te doen is natuurlijk de genoemde complexiteit waarbij iedereen zijn of haar specifieke expertise inbrengt.
Maar er is nog een ander aspect, en dat is misschien nog wel veel belangrijker. Op dit moment is vrijwel geen enkele diagnose 100% zeker, geen enkele behandeling altijd de beste of de juiste.
“Medicine is decision making in the face of uncertainty.”
zegt mijn voormalig promotor Myriam Hunink.
Geneeskunde is het continue afwegen van voor- en nadelen tegen een achtergrond van meer of minder zekerheid. Dìt maakt ons vak zo moeilijk. Kunstmatige intelligentie kan ons helpen de veelheid aan kennis en informatie te integreren en de mate van onzekerheid inzichtelijk te maken. Maar de uiteindelijke afweging die leidt tot een beslissing is niet vanzelfsprekend. Zo’n beslissing neem je niet graag alleen, je deelt die verantwoordelijkheid, hoort de mening van anderen. Samen met de patholoog vervult de radioloog het diagnostische klankbord in het multidisciplinair overleg. En zolang er diagnostische onzekerheid is, zal die klankbordfunctie noodzakelijk blijven en de radioloog kunnen blijven bestaan.
Dat betekent niet dat we op onze lauweren kunnen rusten en denken dat het hiermee wel goed komt. We moeten meegaan in de ontwikkelingen van ons vak: we moeten de meest geavanceerde technieken weten in te zetten en te gebruiken. Technische kennis dus, op het grensvlak van techniek en patiëntenzorg, een klinische gesprekspartner van de klinisch technoloog, fysicus en computer wetenschapper aan de ene kant, en van het behandelteam aan de andere kant. Meer techniek in de opleiding dus, maar ook diepgaande kennis van het klinische vakgebied: super super specialisatie.
Let wel, ik zeg hier niet dat ons werkveld zich moeten beperken tot super-gespecialiseerde centra. Integendeel. Ik wil er juist voor pleiten dat alles wat ontwikkeld wordt in ons zogenaamde MRI laboratorium breed wordt ingezet. Anders hebben we wel mooie beelden, maar ze tellen eigenlijk niet mee.