Mevrouw W. heeft een hersentumor
Mevrouw W. is 41 jaar. Ze heeft een hersentumor maar heeft eigenlijk weinig klachten. Het kan zijn dat de tumor voorlopig niet heel snel zal groeien, maar dat is niet zeker: om dat te weten is onderzoek van het weefsel van de tumor nodig. De neurochirurg wil haar daarom opereren, om zoveel mogelijk tumor weg te halen en zo ook weefsel voor de diagnose te verkrijgen. Maar ze twijfelt. Ze is bang voor een verlamming als er tijdens de operatie belangrijke hersengebieden beschadigd worden. En misschien kan niet eens alle tumor weggehaald worden, waardoor een operatie op dit moment misschien niet eens zo zinvol is.
Er spelen hier twee belangrijke problemen die we regelmatig in de klinische praktijk tegenkomen.
Ten eerste, de vraag waar de belangrijke functies in de hersenen zich bevinden.
We kunnen op deze anatomische MRI dan wel heel precies zien wáár in de hersenen zich de tumor bevindt, maar we kunnen hiermee niet zien of er hersenfuncties in gevaar zijn.
Het tweede probleem is dat we op basis van de beeldvorming niet zeker kunnen zeggen wat voor tumor het precies is: gaat deze heel snel groeien, en is het dus belangrijk om snel te opereren? Of is de groei langzaam, en is het dus mogelijk om nog even te wachten?
Om dit zeker te weten is zoals gezegd weefsel van de tumor zelf nodig. En dat krijgen we alleen met een operatie. Hiermee bevinden we ons dus in een patstelling: voor de beslissing tot ingrijpen moeten we dus sowieso ingrijpen.
Met fysiologische beeldvorming proberen we deze problemen op te lossen.
Hersenfuncties kunnen we in beeld brengen met functionele MRI. Deze techniek hebben we zo’n 15 jaar geleden in het Erasmus MC geïntroduceerd en dit was het begin van mijn onderzoekslijn.
Met functionele MRI laten we iemand in de scanner een bepaalde taak uitvoeren, zoals het bewegen van de vingers. Op die manier kunnen we heel nauwkeurig bepalen waar zich bijvoorbeeld het motorische gebied in de hersenen bevindt. Dit kan helpen bij het plannen van de operatie, en helpt bij het informeren over de risico’s op beschadiging en uitval zoals een verlamming.
Dit zijn de beelden van mevrouw W. U kunt hier zien dat de tumor zich gelukkig op enige afstand van het motorische gebied bevindt, waardoor er weinig risico is op een verlamming.