De uitstervende algemene radioloog

Eén belangrijke component mist nog: slimme rekenkracht.

Automatische beoordeling van beelddata en detectie en interpretatie van afwijkingen door de computer is onontkoombaar en sterker nog: noodzakelijk. Er is een voortdurende groei van de vraag naar beeldvormende diagnostiek. Ons vak verandert, en hoe verleidelijk het is om te denken dat dit iets is van onze tijd, dit is natuurlijk niet nieuw.

Maar, we zitten nu wel op een kantelpunt. We worden overladen met beelden: de hoeveelheid scans per persoon neemt exponentieel toe, en per scan neemt tevens de informatiedichtheid toe, zeker als we daar ook nog eens alle beeldkenmerken die we met radiomics verkrijgen bij optellen. Parallel hieraan is er een ware explosie van complexiteit van aandoeningen, behandelingen en procedures. Het officiële aantal unieke ziektecodes is op dit moment een gigantische 55.000. Dit is een meer dan vertienvoudiging in de afgelopen zeventig jaar, minder dan een mensenleven.

Er is daarom wat mij betreft geen plaats meer voor de zogenaamde algemene radioloog. Specialisatie en superspecialisatie zijn de enige manier waarop de radioloog bestaansrecht kan houden. Het argument dat ik vaak hiertegen hoor is dat het belangrijk is om de hele mens te beschouwen. Een ziekte beperkt zich immers niet per definitie tot één orgaan of tot een enkele ziekte, en treft een héle patiënt.
Dat is natuurlijk waar, maar ik vrees dat weinigen van ons in staat zullen zijn om alle kennis paraat te hebben om mee te kunnen praten op hetzelfde niveau als onze klinische partners. En dat is nou juist wat we wèl moeten kunnen en waar de gezondheidszorg steeds meer naartoe gaat. Want wij zijn natuurlijk niet uniek. Ook andere disciplines specialiseren zich steeds verder. Met als risico dat er geen overzicht meer is en niemand de terugkoppeling van zijn/haar werk ziet.

Chirurg, wetenschapper, en een van mijn favoriete schrijvers, Atul Gawande, stelt:

“Making systems work is the great task of our generation.”

Het is de opdracht van onze generatie om er zorg voor te dragen dat een complex systeem als de zich steeds verder versnipperende specialistische gezondheidszorg toch werkt.

De oplossing is niét om vast te houden aan de illusie dat we als algemeen radioloog de versnippering tegen kunnen of moeten gaan. Ik denk echter wèl dat wij als radiologen een belangrijke rol kunnen vervullen om een dergelijke complexe gezondheidszorg te laten werken, omdat vrijwel alle diagnostische informatie bij ons centraal binnen komt.
Hiertoe zie ik een belangrijke rol van computerondersteunde diagnostiek,of zelfs kunstmatige intelligentie. Deze kan ons op een slimme manier helpen het overzicht over de hele patiënt te behouden.

Ik denk daarbij wel dat kunstmatige intelligentie een grote bedreiging is voor het vak van radioloog zoals we dat nu kennen. Een bedreiging die we zeer serieus moeten nemen. Ik hoor nu vaak dat ‘wij ons geen zorgen hoeven te maken, want wij zijn de spin in het web die alle diagnostische informatie samenvoegt en zo presenteert aan de clinicus’. Dat is een geruststellende maar ook wel wat arrogante gedachte.
Want waarom leven we in de veronderstelling dat wij er als ‘diagnosticus’ altijd wel tussen zullen blijven zitten? De rol van integrator van diagnostische informatie hebben wij op dit moment ook niet: de behandelaar is degene die uiteindelijk alle informatie op een rijtje zet, de meest waarschijnlijke diagnose stelt, een behandelplan opstelt. Wij, radiologen, zijn er zo tussenuit gesneden als de computer het beter doet dan de gemiddelde, algemene radioloog.