De geboorte van de radiologie
Het is vrijdag 8 november 1895, laat in de middag, als Wilhelm Conrad Röntgen plotseling het stralingsgevoelige scherm in zijn verduisterde laboratorium ziet oplichten. Dat weekend gaat hij niet naar huis, noch de erop volgende weken: onafgebroken experimenteert hij met dit fenomeen van zogenaamde fluorescentie. Hij eet, slaapt, leeft in zijn laboratorium. Op enig moment stapt hij zelf in de stralenbundel en ziet zijn eigen skelet op het scherm verschijnen: een moment dat even opzienbarend als vreeswekkend moet zijn geweest. Twee weken later, op 22 november 1895, neemt hij dan de eerste officiële röntgenfoto, van de hand van zijn vrouw. Het eerste beeld in de radiologie is geboren.
Het is denk ik onmogelijk om de impact van deze ontdekking te overschatten.
Tot ruim een eeuw geleden wisten we enkel informatie over het innerlijk van de mens te verkrijgen door het lichaam daadwerkelijk te openen, zoals te zien op deze anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, afgebeeld door Rembrandt in het begin van de 17e eeuw.
Nu is de beeldvormende technologie zo ver ontwikkeld dat de radiologische, en niet de anatomische afbeelding onze kennis van de anatomie bepaalt en verrijkt.
Dit kan niet beter worden geillustreerd dan met dit beeld: dit is het boek Gray’s anatomy uit 2008 – het leidende tekstboek over de menselijke anatomie, grotendeels gebaseerd op secties van overledenen.
Hierop preikt nu dit beeld van de vezelbanen die de diverse taalgebieden in de hersenen verbinden, gebaseerd op een MRI scan. Een scan, die in een paar minuten kan worden verkregen, bij ieder van ons zoals we hier in levende lijve zitten.
Dit zijn de beelden waar ik mij in mijn vakgebied, als neuroradioloog, en mijn leerstoel in de zogenaamde fysiologische beeldvorming mee bezig houd.
Wat is fysiologische beeldvorming? Hiervoor moeten we terug naar het verschil tussen anatomie en fysiologie.